Verhaal

Brief uit Vught.

Geschreven door Jeremias Swart (Remie) op Vrijdagavond 12 Maart 1943 aan zijn vriend Emanuel Leisen (Manie) in Amsterdam.

Remie Swart had een sigarenwinkel in de Van Woustraat in Amsterdam en was tevens diamantslijper. Met zijn vrouw en dochter werd hij op 12 Februari 1943 naar het concentratiekamp Vught afgevoerd en vandaar op 17 Juli 1943 naar Westerbork. Zijn vrouw en dochter werden 7 Juni 1943 met het z.g. kindertransport vanuit Vught gedeporteerd naar Sobibor en direct bij aankomst vermoord. Remie verbleef ongeveer een half jaar in Westerbork en werd op 1 Februari 1944 naar Bergen Belsen gedeporteerd, waar hij op 17 December 1944 om het leven is gekomen. Hieronder leest u over zijn ervaringen in Vught, wensen en verlangens.

Vrijdagavond, 12 Maart, half negen   (1943)

Lieve familie, vrienden en bekenden, Ik heb al jullie pakketten ontvangen. Ze waren heerlijk. De kussens heb ik ook ontvangen, gelukkig. Dan kunnen wij beter slapen en het mooiste wat ik ontvangen heb dat was het  portret. Het is prachtig en precies. Maar hoe komt het dat ik zoo weinig sigaretten en sigaren ontvang. Ik had er toch genoeg. Jullie kunnen gerust in de pakjes sturen bij Juutje, Ronny en bij mij maar natuurlijk niet teveel maar tien sigaren en twee doosjes per pakket kunnen jullie gerust sturen en tevens kunnen jullie ook briefjes in de pakjes doen, maar verstop ze goed, dan krijgen we ze altijd, Ik heb precies nu aan rooken ontvangen, drie pakjes sigaretten en twee sigaren, dat is te weinig voor vier weken en gelukkig had ik wat bij mij. Pa, doe vooral Uw bond boekje in uw zaak en vertel dat u slijper bent voor het geval dat u wordt gehaald. Er zijn hier nu zooveel bekenden, te veel om te noemen, oom Arie, Gerrit  enz: we maken het met z’n allen goed maar we vervelen ons erg want we doen den geheelen dag niets. Het kind is naar school, dat is tenminste begonnen, en mijn vrouw is ook bij de ordedienst, dat is politie dus zij heeft ook den geheelen dag te doen. Verder is het eten elken dag ong. hetzelfde, dus jullie kunnen begrijpen erg vervelend. ‘s Morgens kuch, dat is niet zoo heel lekker, dan is het brood bij jullie gebak. En ’s avonds kuch, niet zoo heel veel en ’s-Middags een soort koolsoep, heel dik, dat lijkt op stamppot maar daar is het te dun voor maar door een soort goedje er in smaakt het allemaal hetzelfde. En een enkele keer havermout, zoals vanmorgen, dan is er feest. Verder is het hier elke dag hetzelfde, ’s-morgens om zes uur op, om zeven uur appèl, dan  bed opmaken en verder niets, en wanneer er pakjes komen dan is er ook feest. Dan komen tenminste weer andersoort dingen en voor de vervelendheid eet ik den geheelen dag door je moet toch wat doen.  Wij zijn hier met alles op de hoogte uit Amsterdam, door de  menschen die hier steeds komen. Er zijn hier aangekomen van deze week een transport met ong.200 menschen. Daarvan zijn er weer een vijftig naar Westerbork gestuurd, zieken en ziekelijken boven de 50 jaar die geen slijpers zijn. Ik zou nu graag van jullie wat vernemen, geef een kus aan Freddy en maak het met Annie in orde zoodat zij niets te kort komt.

Verder feliciteer ik Celien en moe met hun verjaardag en hoop dat wij den volgende bij elkaar kunnen doorbrengen. O ja, dat valt mij in, den krant, heb ik maar eenmaal ontvangen en daarna niet meer.  Zeg het nog even.  Graag als het kan ontvang ik den volgenden keer wat zwarte schoensmeer en graag wat picallily. Dat is een beetje hartig en vooral wat fruit, als het tenminste te krijgen is. Ik ben brandend nieuwsgierig hoe het met jullie alle gesteld is. Namen van jullie weet ik niet meer. Ik weet mijn eigen naam niet eens meer. Geef desnoods aan iemand een brief mee in den schouwburg, dan hoor ik wat. Geef tevens den groeten aan de man van de parafine en vraag wat oordruppels voor het kind, ik wou graag van alles weten hoe het bij mij thuis gegaan is. Hoe met Tonny op de fabriek, hoe met dat andere van die goosen, je weet wel, deze brief is voor allemaal, familie en bekenden.

Ik krijg nooit een woord van jullie , o ja, ik heb wel , twee brieven gekregen, twee weken later, van mijn broer en van Beb , dat is waar, maar daar heb je niet veel aan, deze brief moet ook op een geheimzinnige manier weg, maar het gaat, alhoewel niet altijd. Het is nu half tien, ik ga naar bed want ik moet morgen weer vroeg op en ik weet momenteel niets meer. Morgen ga ik weer verder. Slapen jullie met god z’n hulp een beetje lekker want ik ga het ook doen, dat gaat heel best hier, goeden nacht, ik ga nog even een kopje thee zetten maar heel zuinig want ik heb niet veel meer, maar bonbons hebben we niet, sturen jullie ons wat.

 Zaterdagmorgen half twaalf: Om zes uur opgestaan, gewaschen, twee boterhammen gegeten, om zeven uur appel en daarna bed opmaken. Plotseling klinkt het bevel: acht uur aantreden voor exerceren op het terrein en hebben wij een paar uur vrije gymnastiek gedaan, dan staat daar een of ander met verschillende ploegen voor en dan maar oefeningen, wij hadden een goeie bokser dat was prettig en zoo is het 11 ½ uur geworden, en ben ik eerst een paar boterhammen gaan eten en even naar de vrouw geloopen. Dat mogen de anderen niet, alleen wij. Gisteravond heeft zij cabaret gehad tot tien uur en heeft zij zich geamuseerd. Ze hadt het er over en heeft juist Jacques’ zijn brief ontvangen. Zou het niet beter zijn als hij niet op school is met het oog op een eventuele razzia. Schrijven jullie wat van den sigarenwinkelier. Is daar alles in orde met de heele boel? Waar blijven dan de sigaretten? De vrouw wil graag ontvangen een blouse en rok en het kind twee gele blousen strandpyjama, als het er nog is hoor. Verder maken  jullie zich niet dik, wij doen het ook niet. Als jullie er gelegenheid voor hebben moeten jullie eens sturen wat vermicelli, een stuk gehakt net als eerder en vooral niet  vergeten bouillonblokjes, dan maken wij heerlijke soep voor sjabbes. De hoofdzaak van de pakjes moet altijd zijn brood, boter, jam, suiker, en kaas. Jongens, ik ga nu stoppen. Tot een volgende gelegenheid, Ik wensch jullie het beste en wordt je gepakt, maak je niet te erg benauwd, het is hier niet prettig maar je komt er wel doorheen, geef allen de groeten, kennissen, vrienden enz. en jullie apart gekust van Ronny en geef Freddy 1000 zoenen van ons. Ik spreek met de vrouw nooit over hem, met moedwil natuurlijk.  DAG

Remie

Alle rechten voorbehouden