Verhaal

Gezin Mozes Abraham Roos

Mozes Abraham Roos was getrouwd met Anna van Leer. Het echtpaar had drie zonen: Leman, met de roepnaam Leo, Abraham met de roepnaam Bram en Hein Mozes, ook wel Broertje genoemd. Het gezin woonde in Meppel aan de Ezingerweg 54, naast de joodse exportslagerij van Van der Sluis, waar Mozes Abraham Roos werkte als slager.

De zoon Hein Mozes werkte als bediende in de kruidenierswinkel van Spijkerman aan de Gasgracht. Leman werkte na het doorlopen van de Ambachtsschool als kopersmid bij de firma Rijkeboer, die een loodgietersbedrijf had in de Kruisstraat in Meppel. Leman was een enthousiast voetballer bij de Meppeler sportvereniging MSC. Hij was ook lid van de joodse begrafenisvereniging Gemiloeth Chasadiem. Abraham was, evenals zijn vader, slager.

Mozes Abraham Roos moest zich op 20 juli 1942 melden in het werkkamp Orvelte. Een maand later moesten de drie zonen zich melden in het werkkamp Linde in de gemeente Zuidwolde. Vandaar zijn ze naar Westerbork overgebracht. Leman en Hein Mozes werden op 24 augustus 1942 naar Auschwitz op transport gesteld.
Mozes Abraham en zijn vrouw Anna zijn op 30 oktober 1942 vanuit Westerbork naar Auschwitz op transport gesteld.
Th. Rinsema, ’Vermoord en vergeten‘, Oud Meppel. Mededelingenblad van de Stichting Oud Meppel jrg 24 (2002) nr 3, 24-30